Uitspraak hoger beroep over verdeling as moeder

Moeders wil is wet, zo blijkt onlangs uit een bijzondere hogerberoepzaak over de verdeling van de as van een overleden vrouw. De zoon en dochter van de vrouw werden het niets eens over de asbestemming en vochten een procedure aan. Gimbrère Advocaten stond de zus bij.

02G62406.jpg

Wat moet er met moeders as gebeuren? Een broer en zus stonden na het overlijden van hun moeder in oktober 2014 lijnrecht tegenover elkaar. De broer wilde een deel van de as hebben, maar de zus wilde de wens van de moeder respecteren: moeder wilde bijgezet worden in het graf van haar overleden man. De wens van de moeder was niet opgenomen in een testament of ander juridisch document, maar was wel algemeen bekend binnen de familie- en kennissenkring. Bovendien had moeder het graf naast haar man al jaren gereserveerd. Dat de moeder gecremeerd is in plaats van begraven, maakt volgens de dochter niets uit. De as zou volgens de wens van moeder in haar geheel in het graf bijgezet moeten worden.
 

Kort geding voorzieningenrechtbank

Advocaat Daphne Hendriks van Gimbrère Advocaten stond de zus bij in een kort geding dat in juni 2015 werd behandeld door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. In het kort geding werd een beroep gedaan op de Wet op de lijkbezorging: deze wet bepaalt dat de lijkbezorging moet overeenkomen met de wens van de overleden persoon: het bijzetten van moeders as in het graf van vader. Na een belangenafweging oordeelde de voorzieningenrechter echter dat de broer in zijn gelijk stond: de moeder was gecremeerd in plaats van begraven, en daardoor kon er niet geoordeeld worden dat moeder niet de wil had om haar as te verdelen. Daarbij achtte de voorzieningenrechter het van belang dat moeder en zoon een goede band hadden en moeder als donor geregistreerd stond. Mede hierdoor had de broer recht op zijn gedeelte van de as.
 

Gerechtshof: as teruggeven

De dochter was het niet mee eens met de uitspraak en samen met haar advocaat vocht ze een hoger beroep aan bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Op 1 december 2015 oordeelde het Hof dat de wens van de overleden moeder gevolgd moet worden, vooral omdat er hier geen twijfel over bestond. De goede band tussen moeder en zoon en het als donor geregistreerd staan van moeder zou niet overeenkomen met de wens van moeder om in haar geheel te worden bijgezet in het graf van haar man. De broer werd gesommeerd om zijn deel van de as af te geven: hierop stond een dwangsom van €500 per dag. De broer legde zich echter al gauw neer bij de uitspraak en leverde zijn deel van de as in. 
 

Uitspraak is rechtgetrokken

Daphne Hendriks is zeer tevreden met de uitspraak van het Gerechtshof. Volgens haar was de uitspraak van de voorzieningenrechter onjuist, want op juridisch vlak klopte deze niet. Daphne is blij dat de uitspraak in het hoger beroep is rechtgetrokken en dat er aan de wens van de dochter – en indirect aan de wens van de moeder – wordt voldaan. Ze voegt eraan toe dat geschillen rondom een overlijden veel voorkomen en er in een groot aantal gevallen niet altijd duidelijkheid is over het recht. Wees je hier bewust van en laat om problemen te voorkomen een testament of een ander juridisch document opstellen.
 

Meer informatie

Wil je meer weten over deze zaak? Neem contact op met advocaat Daphne Hendriks of lees de uitspraak van juni 2015 terug, net als de uitspraak van het hoger beroep op 1 december 2015. Advocatenkantoor AMS Advocaten wijdde een blogbericht aan deze uitspraak. Heb jij te maken met een geschil rondom een overlijden? Schroom niet en neem contact op met de advocaten van Gimbrère Advocaten! Wij hebben jarenlange ervaring in soortgelijke zaken en kunnen jou bijstaan.

Over de auteur

Daphne-Hendriks.jpg
“ Altijd goed zichtbaar blijven voor je cliënten ”

Daphne Hendriks